Prachtig Praag

‘Geen tweede stad heeft een oudstad als Praag in de Mala Strana, de Kleine Zijde en Kleine Ring, het eigenlijke glorieuze oude Praag aan de voet van de Pragerbrug’ (uit: Tsjechische suite, Antoon Coolen)

Mala Strana, Karluv Most, Prazsky hrad, Zlata ulicka. Goe-i-e-dag of zoals de Tsjechen zeggen ‘dobrý den’, die namen stromen mij niet vloeiend de keel uit, net zo min als de onverwachte accenttekens op klinkers en medeklinkers. Of dat bij de tientallen miljoenen toeristen, die Praag jaarlijks bezoeken, wel het geval is, betwijfel ik sterk. Gemiddeld nemen zij een dag of drie voor een bezoek, en uiten zich bij voorkeur in de Engelse of Duitse taal om tussen de Tsjechen hun weg te vinden. Italianen, Fransen, Duitsers, Nederlanders, Japanners – zoals altijd in flinke groepen -, Amerikanen, noem maar op. Hun zoektocht naar wat ooit een juweel van Midden Europese cultuur was – maar ook een ongekend verval doormaakte – leidt door een moderne stad, die niet onderdoet voor metropolen als Londen of Parijs.

Place to be

Praha – de aangekondigde bouw van de burcht met die naam stamt uit de negende eeuw – ontstaat als grootstad in 1784 door de samenvoeging van tot dan vier autonome steden: Oude Stad (Staré Mesto), Nieuwe Stad (Nové Mesto), Hradcany en Kleine Zijde (Malá Strana). In 1918 wordt Praag de hoofdstad van de nieuwe Tsjechoslowaakse republiek. De metropool moderniseert in sneltreinvaart en laat Wenen en Boedapest hierin ver achter zich. Driekwart eeuw later – Tsjechoslowakije is in tweeën gesplitst – wordt Praag de hoofdstad van de Tsjechische republiek met Václav Havel als president. Een economische bloeiperiode breekt aan en Praag wordt in de jaren negentig van de vorige eeuw ‘the place to be’. In 2000 is Praag cultuurstad van Europa.

Praag

Praha – Praag

Hartje Praag torst nu in elke straat en op elk plein schreeuwende lichtreclames voor drink- en eetmogelijkheden en wat al niet meer. Op een hoek van het Wenceslasplein kan een moderne limousine van tien, twaalf meter geen toeristenoog ontgaan. Vooral niet door de tekst over de volle lengte, in grote rode letters: Darling Cabaret. De ramen zijn zwartgeblindeerd, zoals het bij VIP-limo’s hoort; de gewone man moet onwetend blijven van het wie, wat, hoe aan boord.
Restaurants (Restaurace) duiken overal en in een onnoemelijke variëteit op – van McDonald’s en Kentucky Fried Chicken tot Franse bistro’s -, naast vele hotels, koffiehuizen (Kavárna), café’s (Hostinec), bars (Hospoda) en wijnbars (Vinárna). Winkels, souvenirshops en warenhuizen ontbreken evenmin. Weinig doet denken aan de tijden van schaarste onder het communistische juk.

Gouden Stad

Bij de grote meerderheid van de miljoenen bezoekers staat de cultuur van deze schitterende ‘Gouden Stad’ ongetwijfeld voorop, al zal het gunstige prijspeil in de ‘Moeder der Steden’ – bijna duizend jaar oud – mede een voorname rol spelen. Sinds lange tijd heet Praag ‘Zlatá Praha’, oftewel Gouden Praag. Een van de oudste bars is U zlatého tygra (de Gouden Tijger). Hij ondervindt concurrentie van de Gouden Peer, het Gouden Anker, de Gouden Ster, de Gouden Vos, de Gouden Muis, de Gouden Slang – Het etiket goud glittert en glamourt.
Met mijn vriendin Erna verbleef ik ook drie gouden dagen in dit ‘Parijs van het Oosten’, de dag van heen- en terugreis naar dit grootste openluchtmuseum ter wereld niet meegerekend. In februari 2006 vierden wij mijn zestigste verjaardag in het geometrische middelpunt van Europa, op eigen intieme wijze, met z’n tweetjes dus. Drie dagen lang lopen, wandelen, metro, slenteren, tram, metro, lopen, met het museale gemak van de ‘Praag Card’, de Turistický Pruvodce (City Tourist Guide), voorzien van Engels-Duits-Frans-Italiaans welkomstwoord. Heen en weer drentelen over de Karelsbrug en het Wenceslasplein als een echte Prazský chodec (Praagse wandelaar), gedachtenwisselend met de heiligen op de brug, verbaasd over de vele wielklemmen op en rond het plein. Van de beroemde heiligen – de bronzen sculptuur van Jan van Nepomuk in het midden op de brug, waar het lichaam van de aartsbisschop ooit in de rivier is gegooid –, en van de beruchte klemmen – die de foutparkeerders graag een zelfde behandeling in de Moldau zouden willen geven – zagen wij er zeker 31.
We liepen dwars door de Oude en Nieuwe Stad, dwars door de oude joodse wijk Josefov oftewel Jozefstad met zijn druk bezochte synagoges. Omhoog naar de Praagse Burcht met zijn Gouden Straatje – even filosoferen bij nummer 22, huize Kafka in 1916, 1917 -, een steegje waarvan de naam verwijst naar de goudsmeden die zich er in de 18e eeuw vestigden. Er huisden trouwens ook militairen, ambachtslieden, alchemisten, behoeftigen. We daalden weer af naar Kleine Zijde en Kampa, een pittoresk stukje Praag met mooie 17e-eeuwse huizen, ideaal om te flaneren. We misten de traditionele pottenbakkersmarkt, die daar twee keer per jaar (in mei en september) wordt gehouden.
We voorzagen ons op tijd van een geurige cappuccino in Jugendstil en een bittersweet Pilsner Urquell tussen gothische bogen. En op z’n tijd uiteraard een Bourgondisch maal tegen betaalbare prijs. Volstrekt genieten in een romantische sprookjesstad van onweersproken schoonheid, ‘Stad der honderd torens’, ‘Stad der gouden koepels’. Al ziet veel van de geroemde architectuur behoorlijk zwart van de ouderdomsinvloeden. Zou een fikse schoonmaakbeurt niet onbetaalbaar zijn?

Karelsbrug

Karelsbrug

Met de mengeling van zon, sneeuw en temperaturen rond het vriespunt – soms eronder, vaak net erboven – was het bruisende straatleven echt gezellig, want – niet massaal! Wij hoefden niet over hoofden te lopen, waar we zo’n hekel aan hebben. Hoe zou dat ’s zomers trouwens zijn? Ons viersterrenhotel bood ons een vorstelijk ontbijt, én – een ruime kamer 211, alsof de receptioniste wist dat ik op two-eleven van 2006 de zes kruisjes zou passeren!

Boek een hotel in Praag

Wenceslasplein

Wie voor het eerst in een stad als Praag arriveert, moet zijn weg zien te vinden. Overdondering geldt ook hier, zoals ik me herinner van New York, Barcelona, Berlijn, Mexico City, Rome. Het vliegreisje van dik een uur, in een half gevulde kist, stelt weinig voor; de rit van vliegveld Ruzyné, zo’n zestien kilometer ten noordwesten, naar het centrum, is met bus 119 vanaf platform C, dat wil zeggen van de kop van het perron, en vervolgens per metro van stanice Dejvická, een fluitje van wat luttele Kronen, precies veertien per persoon, een halve euro, kaartje uit de automaat. Maar dan sta je met je koffertje op metrostation Museum, pal onder het Nationaal Museum. Meteen op een historische plek: Wenceslasplein (Václavské námestí; breek me de Tsjechische bek niet open). Deze voormalige paardenmarkt van de Nieuwe Stad is in 1348, in de Gouden Eeuw, aangelegd door de grote Karel IV. De plek waar in 1968 de nieuwe ‘Praagse Lente’ van sociale hervormingen door sovjettanks wordt beëindigd, en waar student Jan Palach zichzelf in brand steekt. Waar in 1989 honderdduizenden in de met kaarsen verlichte demonstratie van de ‘Fluwelen Revolutie’ lopen om het eind van het communistisch regiem af te dwingen en Václav Havel op te roepen president van Tsjechië te worden.
Eenmaal bovengronds zie je meteen dat het Wenceslasplein eigenlijk geen plein is. Het is een bijna zevenhonderd meter lange, zestig meter brede boulevard, die omlaag loopt naar een volgend metrostation, stanice Mústek. Patroonheilige Wenceslas, een in Praag nog altijd alom aanwezige Premysl uit de eerste helft van de 10e eeuw, pronkt majestueus voor het museum, en houdt de geleidelijk afdalende en terugkerende verkeersstroom van voetgangers, auto’s, taxi’s en politiewagens dag en nacht in de gaten. Af en toe ontdekt hij nog een oude, bouwvallige Skoda. Wie goed kijkt, ontwaart echter ook het modernisme van luxe Porsche, Mercedes en BMW. Zelfs de Hummer doemt op, dat bedenk je toch niet. Václavs (Wenceslas) machtige ruiterstandbeeld is omringd door vier nationale heiligen, waaronder de oma van de nationale held. Hij is door de Kerk heilig verklaard, heeft nooit een vlieg kwaad gedaan en is in het jaar 935 toch wredelijk vermoord. Zijn beeld vormt sinds 1912 het monument dat een natuurlijk trefpunt voor de heftigste Praagse volksdemonstraties is geworden. Josef Myslbek, de beeldhouwer, had 25 jaar nodig om het te realiseren. Wij verbruikten 25 minuten om ons hotel te vinden, dat om een andere hoek op slechts tien minuutjes lopen van de metro lag. Als vanzelf daalden we echter richting Mústek, onnodig óm, maar niet betreurenswaardig. De confrontatie met Grand Hotel Evropa verraste ons direct. Een fantastische gevel als herkenningspunt tussen andere art-nouveau gebouwen op het plein. Logisch dat we hier terugkeerden voor het interieur, en niet te vergeten voor de zoveelste geurende cappuccino (zij) en een stevige, donkere pils van een halve liter (ik).

Wenceslasplein

Wenceslasplein

Praagse Burcht en de Dood

Voor ons gevoel hebben wij in drie dagen zeer veel van de Praagse bezienswaardigheden tot ons genomen. Heus niet alle, dat kan niet en dat hoeven wij ook niet. Natuurlijk de plek waar de geschiedenis van Praag in de negende eeuw begint: de Praagse Burcht. Strategisch gelegen op een heuvel aan de Vltava, machtscentrum van de Premysliden, op een korte onderbreking na, toen de koningen op de concurrerende burcht Vysehrad resideerden.
Natuurlijk ook het kleurrijke en vooral levendige Oude Stadsplein, hoe heet dat ook al weer? O ja, Staromestské námestí. Een plein dat werkt als een magneet. Een plein waar je subliem op een verwarmd buitenterras kunt genieten van een cappuccino of een Pilsner, en vooral van de gevarieerde pluimage aan passanten en vermakelijke artiesten die hun kunstje opvoeren. Er staat een stadhuis, er staan koopmanswoningen, er staan prinselijke paleizen en er staan twee majestueuze kerken, de gotische Týnkerk en de barokke St.-Nicolaaskerk. De twee torens van de Týnkerk met hun groepen spitsen maken dat godshuis tot een van de opvallendste bouwwerken van de Oude Stad. Top of the bill is de astronomische klok, geplakt tegen de klokkentoren van het stadhuis. Deze attractie trekt op elk heel uur honderden toeristen tussen negen uur voormiddag en negen uur namiddag om het figurenspel van het uurwerk aandachtig te bekijken. De klok uit het begin van de vijftiende eeuw is niet eens zozeer gebouwd om het juiste tijdstip aan te geven, maar meer om het universum te tonen, de posities en bewegingen van de sterren en planeten, en hun astronomische invloed op het dagelijkse leven. Ik moest wel lachen bij het klokgelui en de processie van twaalf apostelen die in de twee bovenramen voorbijkwam. Helemaal toen het skelet van de Dood zijn klok luidde om aan te geven dat de tijd om is, en de luiken erboven zich weer sloten. De show is eigenlijk in een flits voorbij, zelfs om twaalf punt nul nul uur. Het voltallige publiek vervolgt zijns weegs tot dezelfde plek een kleine zestig minuten later weer volledig bezet is. Inderdaad, als je er goed over nadenkt, een toeristische topattractie.

Praagse Burcht

Praagse Burcht

Het bad van Libuse

Wat niet iedere toerist zal doen, hebben wij ook nog gedaan. Met tram en benenwagen naar de andere Praagse burcht, die van Vysehrad, aan de zuidkant van Nové mesto. Dit is een hoge rotspunt aan de Vltava (de rivier Moldau), die menige snaar van de Slavische ziel raakt, want hij is gedompeld in zowel mythen als realiteit. Het is een romantische plek van een 11e-eeuws fort op een kliftop, omsloten door vestingwallen; Vysehrad betekent ook ‘Burcht op de hoogte’. De legende vertelt dat hier prinses Libuse, de moeder van Praag, leefde. Op een dag raakte de prinses in trance; ze zond een paard over de velden om een geschikte echtgenoot te zoeken. En waar keert dat paard mee terug? Gewoon met de eenvoudige boer Premysl die de stamvader der Premysliden zou worden. Libuse en Premysl trouwden in Vysehrad, maar regeerden vanuit Prazský hrad (de drukst bezochte Praagse Burcht). De mythe verhaalt van de ontdekking van de Vysehradklif door prinses Libuse, die de profetische woorden sprak: ‘Ik zie een grote stad, waarvan de faam de sterren raakt’.
Ook wij maakten van ons bezoek aan de vervallen burcht Vysehrad met zijn bomen, tuinen en wandelpaden, zijn fraaie vergezichten over de Moldau en de stad Praag een aantrekkelijk zondagmiddaguitstapje. De wandeling over de roodstenen wallen biedt fraaie uitzichten op Vltava en Prazskÿ hrad. Op het hoogste punt van de rots, het verdedigingswerk van het middeleeuwse bastion, vonden we de restanten van het Bad van Libuse. Maar februari is echt te koud voor een nieuwe legende…

Vysehrad

Vysehrad

Boek of concert

Praag is onder meer beroemd om zijn toneelopvoeringen en klassieke concerten. In de Smetana-zaal (muziekleraar en dirigent Smetana was leerling en oogappel van Franz Liszt) van het gemeentehuis, de grootste concertzaal van het land, speelt het symfonieorkest van de hoofdstad Praag. Het Rudolfinum – ‘Huis der Kunstenaars’ –, een neo-renaissancistisch pronkjuweel, is de thuishaven van het Tsjechisch filharmonisch orkest. Mozart behoort er tot het vaste repertoire, daar is geen speciaal Mozartjaar voor nodig. Bijna voor niets kun je een repetitie van het orkest bijwonen, een orkest dat tot een van de beste ter wereld wordt gerekend.
In de winter zijn, anders dan in andere jaargetijden, toegangskaarten gemakkelijk verkrijgbaar. Mozart, Vivaldi en Bach, de klassieke concerten dienden zich op diverse plaatsen in Praag – city of music – nadrukkelijk aan. We twijfelden, maar hapten niet toe. Vermoeidheid, dorst en lekkere trek weerhielden ons. Een aanvangsuur van 17.00 of 18.00 heeft niet onze voorkeur.
Wij zijn meer lezers, ik helemaal. Daarom vind ik het zo jammer dat ik er maar niet in slaag het door president Havel als verplichte lectuur voor Europeanen betitelde ‘Liefde en vrijheid, een onverwacht leven in Praag’ van Rosemary Kavan (uitgeverij Contact) op de kop te tikken. Ik ben reuzebenieuwd naar de belevenissen in deze autobiografie van een Engelse vrouw, die in 1945 met een Tsjechische communist trouwde en in 35 jaar heel veel meemaakte. Misschien wel meer dan de beroemdste Duitstalige schrijver Franz Kafka, die in Praag is geboren en bijna zijn hele leven in het centrum van Praag heeft gewoond. Denk je eens in: bijna je héle leven. Dan zijn drie dagen veel te weinig, en zal ik dus eens moeten terugkomen. Met Erna, om hier opnieuw heel veel romantisch avontuur te beleven.

Boek een hotel in Praag

Tekst: Peter Samuel.
Lees zijn reiservaringen in zijn weblogs:
petersamuel.reismee
petersamuel.blogspot

Reacties zijn gesloten.